Docenten HAN HogeschoolIda van Asselt en Carla Cornelissen

Ida van Asselt is docent pedagogiek aan de HAN en onderzoeker bij het
Lectoraat Ethiek van Verbinding met Mensen met een Verstandelijke
Beperking. Carla Cornelissen is ook docent pedagogiek aan de HAN en
samen zetten zij zich in voor inclusie, door het bij hun studenten onder
de aandacht te brengen. Twee idealistische mensen die geloven in de
kracht van doen.

Jullie hebben een speciaal inclusiecollege met een scribit workshop van het Bartiméus Fonds georganiseerd voor jullie eerstejaars studenten Pedagogiek. Waarom en hoe was dat?

Breed lachend kijkt Ida in de camera. Ze draagt een bril en leunt ontspannen op een reling

Ida: ‘Bij Pedagogiek zijn we afgelopen jaar (2019/2020 red.) begonnen met de Werkplaats Jeugd en Samenleving. Mijn rol daarin is om verbinding te leggen met mensen met een beperking, in de brede zin dus niet alleen met een verstandelijke beperking. Ik hoorde van het inclusiecollege en scribit (scribit.tv) en zag daarin meteen een kans om de studenten heel praktisch met inclusie aan de slag te laten gaan. En ook zat de doelgroep van mensen met een visuele beperking nog niet in het curriculum dus was het een uitgelezen kans om studenten kennis te laten maken met mensen die slechtziend of blind zijn.’

Carla heeft halflang donker haar en donkere sprankelende ogen die samen met haar glimlach haar gezicht een vriendelijke uitstraling geven

Carla: ‘Ik kende scribit al dus toen Ida met dat idee kwam was ik meteen enthousiast. Het was ook een groot succes, want het was leuk, leerzaam voor de studenten en opzienbarend hoe normaal je kunt leven met een beperking. Twee ervaringsdeskundigen vertelden zelf over hun leven met een visuele beperking en de studenten waren zwaar onder de indruk.’

Ida: ‘Toen zij aan het vertellen waren kon je in de collegezaal een speld horen vallen. Studenten hebben zich echt gerealiseerd dat het ons allemaal kan overkomen. Dat is de kracht van ontmoetingen. Ze hebben ook een belevingsactiviteit gedaan, buiten lopen met een blinddoek en een stok. Toen hebben ze ervaren hoe intensief en vermoeiend dat is. En hoe beroerd de verkeerssituatie rondom ons gebouw eigenlijk is als je niks kan zien. Die ervaring zullen de studenten echt onthouden.’

Hoe is bij jullie de interesse in inclusie ontstaan?

Ida: ‘Bij pedagogiek zijn we het onderwijs aan het herzien. Het eerste jaar van het nieuwe onderwijs heeft net gedraaid. Daarvoor hebben we goed naar het werkveld gekeken en gekeken welke nieuwe dingen het werkveld van ons vraagt en toen hebben we nieuwe competenties opgesteld. Dat waren er vroeger tien, nu zijn het er zes en één van die competenties is dat je werkt aan inclusie, participatie en het bevorderen van een pedagogisch klimaat. 

Nu we dat zo hebben vastgesteld betekent dat dat we er ook in ieder leerjaar iets mee moeten doen. Daarom hebben we de Werkplaats Jeugd en Samenleving in het leven geroepen, om juist dat gedachtengoed meer in de opleiding te krijgen.’

Het verdrag geeft mensen met een beperking of chronische aandoening recht op gelijke behandeling en gelijkwaardig meedoen. Het VN-verdrag Handicap is glashelder over de rechten van mensen met een beperking of chronische aandoening. Of het nu gaat om toegankelijkheid, naar school kunnen gaan, passend wonen, werken, een toereikend inkomen, passende zorg, vervoer, vrije tijdsbesteding. Het verdrag verplicht de overheid en maatschappelijke organisaties op al deze terreinen zichtbare en merkbare vooruitgang te boeken. Het feit doet zich echter voor dat deze mensenrechten in de praktijk niet of nauwelijks te verzilveren zijn. (ieder(in).nl

Hoe is die beweging bij de HAN dan op gang gekomen? Heeft dat te maken met politieke veranderingen? Met het VN verdrag handicap?

Carla: ‘Nou we hebben natuurlijk HAN-breed een instellingsplan. Dat maken we, net als alle hogescholen, elke vier jaar. Daarin hebben we een aantal speerpunten. Een is bijvoorbeeld Health, dat is heel erg gericht op inclusie, en dan wordt gekeken hoe dat breed over alle academies en alle opleidingen uitgezet kan worden.

Het is ook de tijdgeest, inclusie wordt steeds belangrijker. En we zijn bij de HAN heel erg gericht op werken in de driehoek, onderzoek – praktijk – onderwijs en hoe dat elkaar kan ondersteunen. En op welke manier je je ook als onderwijsinstelling maatschappelijk verantwoord kan gedragen. Die basiswaarden zijn in dat instellingsplan opgenomen. En het is mooi om te zien dat daar op veel verschillende manieren invulling aan wordt gegeven, en bij pedagogiek doen we het op deze manier.’

Ida: ‘We hebben bij pedagogiek ook werkveldbijeenkomsten gehad en als docenten met elkaar gebrainstormd over wat deze tijd voor nieuwe dingen vraagt van studenten en daar is dit punt van inclusie ook in naar voren gekomen. En daar heeft het VN verdrag natuurlijk alles mee te maken want daardoor is het ook in het instellingsplan gekomen.’

Voor veel andere organisaties is de overheid niet per se de primaire motivatie om inclusie op de agenda te zetten, maar voor de HAN dus wel degelijk van grote invloed?

Carla: ‘Ja, dat kan ook niet anders want als onderwijsinstelling krijg je je gelden vanuit de regering en om een goede maatschappij te gaan bouwen, dan kun je niet zeggen we doen er niets mee. Ik ben heel blij dat we juist zeggen we pikken er de mooie dingen uit, die we de moeite waard vinden om er vorm aan te geven. En de politiek is echt wel onderdeel van de samenleving. Je ziet gewoon welke stromingen er zijn. En als sociaal beroep ben je toch al snel voor de maatschappij en voor de mensen die zich daarin staande moeten houden. Dat is toch een beetje onderdeel van ons DNA.’

Is die focus op inclusie, behalve in het curriculum voor de studenten, ook verder in de organisatie van de HAN terug te vinden? In het werkgeverschap bijvoorbeeld?

Carla: ‘Ja, maar wij hadden dat bij de HAN al heel lang goed geregeld. De participatiewet stelt grote instellingen natuurlijk verplicht om mensen met een beperking in dienst te nemen maar wij hadden dat voor die tijd al. Ik denk dat de HAN best heel sociaal is, dat past gewoon bij ons.’

Ida: ‘En wat je nu ook ziet is dat op de HAN ervaringsdeskundigheid meer een plek krijgt, dat heeft natuurlijk alles hiermee te maken. Volgend jaar komt er een opleiding tot ervaringsdeskundige en we krijgen een STERKplaats van de LFB, de belangenvereniging voor mensen met een verstandelijke beperking. Die STERKplaatsen zijn op verschillende hogescholen en daar worden mensen met een verstandelijke beperking opgeleid tot ervaringsdeskundige. Tijdens die opleiding doen zij zelf heel veel werkervaring op en helpen ze mee in het onderzoek. Ze hebben ontmoetingen met studenten en zo leren de studenten ook mensen met een verstandelijke beperking kennen en horen ze hun verhalen.’

Als je studenten dit onderwijs volgen, waarin inclusie op deze manier op de agenda staat, wat hoop je dan dat zij in hun werkpraktijk hiervan meenemen?

Carla: ‘Ik denk een ruimere blik. Niet een blik gericht op doelgroepen, en mensen met die wat mankeren waarvoor je een oplossing moet verzinnen, maar hoe kunnen dingen gewoon gaan zoals ze gaan. Ook als dat een beetje anders is. Maar het gaat gewoon.’

Ida: ‘Ja en openstaan voor het verhaal van een ander. Ook van iemand die heel anders is dan jij. En in een heleboel opzichten waarschijnlijk ook heel erg hetzelfde.’

Wat zou er in Nederland nodig zijn denk je, om inclusie echt in de samenleving in te bedden? Wat moet er daarvoor veranderen of gebeuren?

Ida: ‘Er is gelukkig steeds meer aandacht voor maar ik vind echt dat alles in gewone taal moet. Ik vind dat alles veel te ingewikkeld is in Nederland. Ik lees dingen en dan denk ik ja, wat zeggen jullie nou eigenlijk? Veel wolligheid en veel jargon, dat moet echt veel gemakkelijker. Dat helpt mensen met een verstandelijke beperking, maar dat zou voor heel veel mensen helpen.’

Carla: ‘Ik zou wat meer gemeenschapszin willen zien. Kijk eens om naar een ander. Wat minder gericht op je eigen welbevinden. Volgens mij zou dat echt heel veel schelen.’

Hoe kom je daar dan?

Carla: ‘Ja, dat is de vraag. Ik denk dat het olievlekken moeten zijn. We zijn bij Pedagogiek klein begonnen, met het college en met scribit, maar we zien toch dat veel studenten nu voor hun vrije uren hebben gekozen voor het beschrijven van video’s en nu zijn dat er misschien 10 maar dat worden er 100.’

Ida: ‘Ik geloof echt in klein beginnen. Waar het kan, mogelijkheden zien en die aangrijpen en gewoon doen. Als je wacht totdat het in de hele samenleving lukt dan doe je weinig meer, maar begin bij iets kleins, ga het gewoon doen.’

Wat vinden jullie van scribit.pro?

Carla: ‘Ik denk dat scribit.pro heel nuttig kan zijn. We moeten het bij de HAN eigenlijk ook gebruiken voor onze eigen Pedagogiek instructie-video’s!’