Rick BrinkMinister van Gehandicaptenzaken

Een foto van een glimlachende Rick in zijn rolstoel

Rick Brink werd geboren met Osteogenesis Imperfecta, een ‘broze botten’-ziekte. Daardoor breken zijn botten snel en zit hij al zijn hele leven in een rolstoel. Hij is open over zijn aandoening en is ervan overtuigd dat wederzijds begrip de eerste stap is naar inclusie. Op 17 juni 2019 werd hij gekozen tot de allereerste minister van Gehandicaptenzaken van ons land, een initiatief van omroep KRO-NCRV. Een jaar lang richt hij zich volledig op het aanjagen van inclusie van mensen met een beperking in Nederland.

Je bent op 17 juni 2019 begonnen. Je ambtstermijn is een jaar, of mag je nog iets langer door?

Nou het ministerschap zou eigenlijk 1 jaar duren. Maar toen we een paar maanden onderweg waren vroeg KRO-NCRV al aan me of ik interesse zou hebben om dit langer te blijven doen. Daar moest ik wel even over nadenken. Want mijn leven stond letterlijk en figuurlijk op zijn kop. Ik heb toen een heel goed gesprek gehad met mijn team en KRO-NCRV en ook gezegd dat ik dan wel graag met dezelfde mensen verder zou willen. Dit team, van acht mensen, werkt zo goed samen en we hebben inmiddels een groot netwerk opgebouwd, dat wil ik wel behouden. En ook wilde ik meer in de lobby actief zijn. Dus meer in Den Haag aanwezig zijn. Want al die media aandacht is mooi, maar uiteindelijk wil je wel echt wat bereiken bij de beleidsmakers.

En de coronacrisis, hoe heeft die invloed op jouw werk?

De coronacrisis is voor iedereen heel vervelend. Iedereen heeft daar last van. Maar als er iets goeds uit is voortgekomen dan is het wel de aandacht voor mensen met een beperking. Het ministerschap heeft daardoor ook een flinke sprong voorwaarts gemaakt. Op het moment dat de crisis kwam hadden we al een stevig netwerk, met ruim 150 aan ons verbonden organisaties, dat helpt. Want samenwerken is heel belangrijk, je kunt het niet alleen. Ik merk dat als we maar goed aangeven wat er mis is, waar mensen met een beperking echt last van hebben, en je geeft daarbij meteen een mogelijke oplossingsrichting, dan komt er vanzelf beweging. 

Wat was bij je aantreden jouw stip op de horizon?

Ik wil dat Den Haag ervan overtuigd raakt dat er een bewindspersoon moet komen die opkomt voor deze doelgroep. Op dit moment zegt de politiek dat eigenlijk alle ministers een beetje ‘minister van gehandicaptenzaken’ zijn, want ze behartigen allemaal die belangen op hun beleidsterrein. Maar ik zou graag zien dat daarvoor één persoon, één waakhond wordt aangesteld, die alle departementen op dit onderwerp een beetje aanduwt. Dat model zie ik graag voor me. En door de crisis zijn er wel veel meer problemen boven water gekomen, dus ik hoop dat de kans dat die er komt ook wat groter is geworden.

Als ze jou daarvoor zouden vragen, zou jij dat dan willen doen?

Ze mogen me altijd vragen, zeker. Maar je bent nooit groter dan het onderwerp, dus als het beter is voor de doelgroep als daar een andere persoon zou staan, prima, dan is dat wat er moet gebeuren.

Kun je een paar hoogtepunten van het afgelopen jaar noemen?

We zien wel echt een knip tussen de periode vóór en tijdens corona. Na corona, daar kan ik nog weinig over zeggen want daar zitten we nog middenin. Vóór corona vind ik het heel erg mooi dat we het SamenSpeelAkkoord hebben getekend. Dat doen we met 14 grote partijen, waaronder het ministerie van VWS, het Gehandicapte Kind en Jantje Beton. Als je wat gaat doen aan inclusie, dan moet je echt beginnen bij de kinderen. Kinderen moeten leren dat kinderen met een beperking niet eng zijn en andersom. Vlak voor de verkiezing zat ik bij minister De Jonge aan tafel en die vertelde ik dat ik dit wilde doen en hij zei meteen dat hij zou helpen. En nu zijn we zover dat we met de Postcodeloterij en de Vriendenloterij in gesprek zijn om te zien of we financiering kunnen krijgen voor meer inclusieve speeltuinen.

Een tweede hoogtepunt is dat we een goed plan hebben ontwikkeld samen met de organisatie Studeren en Werken op Maat. Met dit plan gaan we veel studenten met een beperking aan een stageplaats helpen. Want we kunnen de hele arbeidsmarkt niet veranderen in een jaar, maar de aanloop naar die arbeidsmarkt kunnen we wel aanpakken. Zo kunnen we echt een brug slaan tussen de doelgroep en het bedrijfsleven, want dat is heel moeilijk gebleken.

Waar zou jij mensen met een beperking willen zien in de toekomst?

Ik zou graag zien dat mensen met een beperking meer zichtbaar zijn in de media. En dan niet alleen om over hun beperking te praten, maar als deskundige op het gespreksonderwerp, en toevallig een beperking hebben. Dan verandert er echt iets.

En ik zou graag meer mensen met een beperking actief willen zien in de politiek. Dat kan zijn in ministeries, in de Tweede Kamer of als bewindspersonen. We hebben wel kamerleden als Lisa Westerveld, die veel aandacht vragen voor dit onderwerp, maar eigenlijk moet dat geluid natuurlijk van de mensen zelf komen. Dat betekent ook dat we mensen met een beperking moeten laten weten dat zij dat kunnen doen en hen inspireren om de stap te zetten.

Maar dan moeten er nog wel dingen veranderen, want ook als je als gemeenteraadslid een vergadering hebt bijgewoond tot laat in de avond en je hebt vervoer naar huis nodig of thuishulp, dan moet dat er op dat tijdstip nog wel zijn natuurlijk.

Waar richt jij je voor de komende periode op?

De anderhalvemetersamenleving is voor mensen met een beperking heel ingrijpend. Dus daarbij moeten we goed oog houden voor wat zij nodig hebben. Nu bijvoorbeeld de dagattracties weer open mogen hebben we een grote coalitie gevormd met partijen om te kijken wat al die nieuwe veiligheidsprotocollen betekenen voor mensen met een beperking. Daarbij zijn bijvoorbeeld alle dierentuinen van Nederland aangesloten. Maar ook de Efteling, de HISWA-RECRON. En expertisepartijen als Bartiméus en Ieder(in). Een klein voorbeeld is dat heel veel organisaties in dagrecreatie hun anderhalve meter markeringen aangeven met kettingen. Nou moet je eens kijken hoe gevaarlijk dat is voor mensen met een visuele beperking. En dat soort issues moeten we juist nu beetpakken.

Hoe kijk jij aan tegen een initiatief als scribit.pro?

Ik vind dat heel erg goed. Ik was een keer op werkbezoek bij Bartiméus en daar lieten ze me een app zien voor audiodescriptie bij films (Earcatch red.). Dat is echt heel goed voor inclusie. Ik was later bij de NPO en vroeg natuurlijk meteen wat de NPO dan aan audiodescriptie doet. Dat onderwerp is ingewikkeld, want het is kostbaar. Maar daar is ook wel een mooie rol voor de politiek weggelegd. Want zij kunnen zorgen voor financiering of een wettelijke verankering.